Dit jaar verliep de verkiezing van de VAB-gezinswagen van het jaar iets anders. Door de coronapandemie kon de mobiliteitsorganisatie zijn leden niet uitnodigen om de deelnemende auto’s te testen. De laureaten werden dus verkozen via een prijs-per-kilometerrapport en een aandeel van 80 procent van de stemming van de professionele jury.
Volledig elektrisch
Ook de regels werden ietwat gewijzigd. De zogenaamde ‘elektrische’ categorie bevatte dit jaar alleen deelnemers met een volledig elektrische aandrijflijn. Voordien mochten ook plug-inhybrides meedoen. De winnaar in deze categorie was de MG ZS EV. Hij viel vooral in de smaak door zijn betaalbare prijs, degelijke standaarduitrusting en vijf jaar garantie. De andere podiumplaatsen waren voor de Hyundai Ioniq Electric en Volkswagen ID.3.
In de categorie van minder dan 22.000 euro ging de Dacia Duster met de overwinning lopen. Zijn schappelijke prijs en versie op LPG gaven de doorslag. De Hyundai i20 en Citroën C3 gingen met de andere ereplaatsen lopen. Tot slot haalde de Skoda Octavia Combi het in de categorie auto’s tot 34.000 euro. Voor de jury is een break interessanter dan een SUV als het op ruimte aankomt, en daar is deze Skoda onklopbaar in. Hier gingen de andere podiumplaatsen naar de Renault Captur en Seat Leon ST.